BTW wordt verplicht voor ligplaats motorboot

Bron : website watersportverbond

Donderdag 17 november is officieel besloten de wet betreffende de btw-vrijstelling voor watersportverenigingen te wijzigen vanaf 2017. Tot die tijd vallen alle watersportverenigingen nog onder de zogenaamde sportvrijstelling. Vanaf 1 januari 2017 moeten verenigingen btw betalen over ligplaatsen voor recreatieve motorbootvaarders. Ligplaatsen voor roei-, zeil- en powerboten blijven vrijgesteld van btw.

Uitspraak Europees Hof van Justitie
De Europese Commissie heeft in februari 2016 Nederland formeel verzocht om zijn wetgeving, die voorziet in een vrijstelling van de btw voor watersportsportactiviteiten, te wijzigen. Zij acht de reikwijdte van deze vrijstelling namelijk te ruim. Volgens de btw-richtlijn kunnen diensten die samenhangen met de beoefening van sport of lichamelijke opvoeding, en die door instellingen zonder winstoogmerk worden verricht voor personen die aan sport of lichamelijke opvoeding doen, van btw worden vrijgesteld. Tot nu toe werden watersportorganisaties die lig- en bergplaatsen beschikbaar stelden voor hun leden, vrijgesteld van btw. Met de komst van de wetswijziging gaat deze vrijstelling niet meer op voor de organisaties die ligplaatsen verhuren aan motorbootvaarders. Deze dienst is namelijk niet verwant met sportbeoefening of lichamelijke opvoeding. In de ogen van de Europese Commissie worden veel boten in Nederlandse verenigingshavens gebruikt voor recreatieve activiteiten en (permanent) verblijf. De eigenaren van deze boten mogen dus niet worden vrijgesteld van btw voor hun ligplaatsen. Als verweer voerde de Nederlandse regering jarenlang onder meer aan dat het moeilijk is een onderscheid te maken tussen sportief en recreatief gebruik van de vaartuigen. Anderzijds is de Commissie het er niet mee eens dat, om van de vrijstelling te genieten, de watersportverenigingen geen personeel in dienst mogen hebben. Op die manier voegt Nederland een voorwaarde toe die verder gaat dan de BTW-richtlijn.

Nieuwe Belastingwet 2017
De bovengenoemde uitspraak van de Commissie heeft er toe geleid dat de nationale belastingwet in overeenstemming gebracht moest worden met de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Het Watersportverbond heeft sinds deze uitspraak van het Europees Hof niet stil gezeten. In een tweetal gesprekken met een delegatie van het ministerie van Financiën heeft het Watersportverbond, daarin ondersteund door haar partnerorganisatie KNMC-VNM, NOC*NSF en mevrouw Marjan Olfers, hoogleraar Sport en Recht, steeds ingezet op btw vrijstelling voor al haar lid verenigingen, omdat deze verenigingen sport beoefenen. Ondanks deze intensieve lobby is het Watersportverbond en haar partners niet geslaagd in deze opzet. De nieuwe btw-regeling, voorgesteld door de secretaris van Financiën en op 17 november van dit jaar goedgekeurd door de Tweede Kamer, maakt onderscheid tussen boten geschikt voor sport, en boten geschikt voor recreatie. Vanaf 1 januari 2017 worden alle watersportverenigingen, die geen winstoogmerk hebben en die lig- en bergplaatsen verhuren voor kano’s, roei- en zeilboten en powerboats, kortom boten die geschikt en onontbeerlijk zijn voor de sport, vrijgesteld van btw. Let op: ontmantelde zeilboten zonder zeilen, zwaarden, dekbeslag en mast vallen niet onder deze btw-vrijstelling. Zij kunnen immers niet door wind worden voortbewogen en zijn derhalve niet geschikt voor sport. Maar daarentegen worden watersportverenigingen wel btw belast voor de verhuur van ligplaatsen voor motorboten. Immers bij motorbootvaren staat recreatie (lees gezelligheid) voorop, maar niet de fysieke, geestelijke inspanning van sportbeoefening.